Balvaardigheid

 

Home Up

Het Zwemvaardigheidsdiploma Balvaardigheid bestaat uit 3 stappen (stickers), oplopend in moeilijkheidsgraad. Je kunt per keer maar 1 sticker per diploma behalen.

Sticker 1

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 30s ongelijkzijdig watertrappen.
  • In het water, 3 keer vangen en werpen van een bal, met één of twee handen, van en naar een mede-kandidaat, die zich op ca. 2m afstand eveneens in het water bevindt.
  •  In het water, 15m zwemmen met een bal met de polocrawl, 3 keer onderbroken door het oppakken van de bal met één hand (steekmethode).
  •  In het water, 15m zwemmen met een bal met de polocrawl in een slalom parcours met 4 vaste markeringspunten (bv. boeien), gevolgd door het oppakken van de bal met één hand (steekmethode) en werpen over een afstand van 4 meter (in de zwemrichting).

Sticker 2

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 1 minuut ongelijkzijdig watertrappen met verplaatsen.
  • In het water, 5 keer vangen en werpen van een bal, met één  hand, van en naar een mede-kandidaat, die zich op ca. 3m afstand eveneens in het water bevindt.
  • In het water, 15m zwemmen met een bal met de polocrawl, 3 keer onderbroken door het oppakken van de bal met één hand (draaimethode).
  •  In het water, 15m zwemmen met een bal met de polocrawl in een slalom parcours met 4 vaste markeringspunten (bv. boeien), gevolgd door het oppakken van de bal met één hand (draaimethode), het maken van een halve draai om de lengte-as en het werpen over een afstand van 5 meter (tegen de zwemrichting in).

Sticker 3

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, waarbij de kandidaat minimaal 10 keer, van de ene hand naar de andere hand, de bal jongleert.
  • In het water, 5 keer vangen en werpen van een bal, met één  hand, van en naar een mede-kandidaat, die zich op ca. 5m afstand eveneens in het water bevindt.
  • In het water, 15m zwemmen met een bal met de polocrawl, 3 keer onderbroken door het oppakken van de bal met één hand (drukmethode). De proef wordt afgerond met het wederom oppakken van de bal met één hand (drukmethode), het maken van een halve draai om de lengte-as en het werpen van de bal over een afstand van 7m (tegen de zwemrichting in).
  •  In het water, 15m zwemmen met een bal met de polocrawl in een slalom parcours met 5 vaste markeringspunten (bv. boeien), gevolgd door het oppakken van de bal met één hand (drukmethode), het maken van een halve draai om de breedte-as achterover (komen tot rugligging) en het werpen van de bal over een afstand van 7 meter (in de zwemrichting).